Peuterspeelzaal | Woltersum | 06 - 57 28 56 90

Oma-liefde

Ik weet niet hoe vaak ik in de afgelopen 2,5 jaar heb moeten zeggen:¨’Hij is niet van mij hoor, maar van mijn dochter…,’ maar het moeten ontelbare keren geweest zijn. Inmiddels zeg ik het niet eens meer, dan hou ik het gewoon lekker voor me. Ook al zijn de meeste reacties vaak hilarisch als ik vertel dat ik de oma ben en níet de moeder. Openvallende monden. Verwilderde blikken. Vaak word er dan direct gevraagd hoe oud ik ben, dan hoe oud mijn dochter is, en dan zie je mensen ineens heel erg snel gaan hoofdrekenen. Best komisch. Soms gaat de persoon tegenover me spontaan over in de u-vorm. Vreemd. Alsof ik ineens 25 jaar ouder ben geworden, nadat het woord ‘oma’ is gevallen.
Of ik wel oma genoemd wil worden is dan meestal de volgende vraag. Natúúrlijk!’ roep ik dan. ‘Oma is een eretitel!’ Als mijn boer niet zo antitatoeage was, had ik dat woord het liefst op mijn voorhoofd laten tatoeëren!
Of het ook ‘anders’ is, is dan vaak vraag vier van het interview. Oma worden op je 36ste of op latere leeftijd. Tja, hoe moet ik dat weten?! denk ik dan. Ik werd het op mijn 36ste. Terwijl vriendinnen nog druk bezig waren met poepluiers en nachtvoedingen, hield ik mijn dochters hand vast tijdens haar weeën.
Een standaardoma ben ik denk ik niet. Ik kan geen koekjes bakken zonder dat het brandalarm afgaat. Geen tomatensoep koken zonder dat daarna de witte keukenmuur bijgesausd moet worden. Ik kan niet haken, niet naaien en niet breien en ik heb een onverklaarbare gruwelijke hekel aan puzzelen. Maar ik probeer wel de beste oma te zijn die ik kan zijn. En dat hebben alle oma’s gemeen lijkt mij, ongetwijfeld hoe oud ze zijn. De liefde voor je kleinkind is namelijk voor alle oma´s hetzelfde. Die is echt. Puur. Dat komt rechtstreeks uit je hart en slaat in als een bom zodra je kleinkind het levenslicht ziet. Een kleinkind vult een plekje in je hart waarvan je niet eens wist dat het leeg was…
Ik hou niet meer of minder van mijn kleinkind dan van mijn eigen dochter. Ik ervaar het ook niet als ´anders´. Hun samen zijn één. Wij drieën zijn één. De liefde tussen ouder en kind. Grootouder en kleinkind. Het is de enige onvoorwaardelijke liefde die er bestaat.
Laatst had ik het er met een vriendin over. Over de band tussen een moeder en haar (klein)kind. We zaten samen onder de bloesemboom in haar tuin. Op een houten schommelbank met dikke roomwitte kussens. We dronken groene thee en genoten van zelfgebakken (nee, niet door mij!) amandelkoekjes. Hoe je de liefde voor je kleintje het beste zou kunnen omschrijven. We wisten het niet. Staarden beiden minutenlang voor ons uit. Toen zei ze met een gedempte toon: ‘Hoe stevig je hem of haar ook tegen je aandrukt, het is nog steeds niet dichtbij genoeg…’ Ik zei niets, sloot mijn ogen en dacht aan dat heerlijk ruikende kleine lijfje van mijn kleinzoon, stevig tegen mijn borstkas aangedrukt. Mijn handen woelend door zijn weelderige zachte blonde krullen. En hoe ik dan het liefst in hem wil kruipen. Met die uitspraak sloeg ze de spijker op zijn kop.

 

Mariska

Mariska